| De Notelaar & het Notendopje |
![]() |
|
Pedagogisch project
Pedagogisch project Gemeenteschool Wijnegem
|
Op basis van het schoolpact van 1958 hebben de gemeenten de vrijheid van keuze inzake de visie over het onderwijs. Aansluitend bij artikel 17 van de grondwet wordt de nadruk gelegd op de volgende beginselen: 1. De vrijheid van onderwijs houdt in dat de ouders vrij een school kunnen kiezen voor hun kinderen. 2. Het recht op onderwijs wordt erkend ; de toegang tot het onderwijs moet kosteloos zijn tot het einde van de leerplicht. 3. De gemeenteschool waarborgt de gelijke behandeling van alle leerlingen, ouders en personeelsleden. Het karakter van de school steunt op een pluralistische levenshouding. 4. Alle leerlingen hebben recht op onderricht in zedenleer of een van de erkende godsdiensten. De school waarborgt de vrije keuze van de ouders tussen zedenleer of één van de erkende godsdiensten.
|
| Terug naar top |
B. Doelstellingen van de Gemeenteschool
|
Het is de grote kracht en de verantwoordelijkheid van de school dat zij de jongeren bereikt in de meest gevoelige periode van hun leven. Een verantwoord opvoedingsproject richt zich naar de ontplooiing van het kind in al zijn aspecten met als einddoel zelfstandigheid en verantwoordelijkheidszin van de jonge mens. 1. De verstandelijke vorming is een belangrijke doelstelling van de school. Het kind leert informatie verwerven en intellectuele vaardigheden ontwikkelen, het leert ze op verschillende wijzen hanteren en toepassen. 2. De school is ook gericht op het ontwikkelen van affectieve waarden. Het ontdekken en respectvol hanteren van eigen gevoelens en deze van de anderen wordt beschouwd als een belangrijke verworvenheid. 3. Het ontwikkelen van psycho-motorische vaardigheden behoort eveneens tot de opdracht van de school. Zij zal de kinderen kansen bieden voor een harmonische ontplooiing van hun lichamelijke, verbale, manuele en muzikale vaardigheden. 4. De opvoeding tot sociale ingesteldheid behoort tot de wezenlijke opdrachten van de school: *op hun niveau dienen de kinderen geconfronteerd met een begrijpelijke maatschappij-kritische instelling, deze dient echter gebaseerd op voldoende realiteitszin. Het vormt mede de basis voor een persoonlijk gewetensvol oordeel over mens en maatschappij. *de school wil opvoeden tot respect voor alle mensen ongeacht hun geloof, afkomst, leeftijd, geslacht, cultuur of huidskleur. *de kinderen worden gevormd tot eerbied en gevoeligheid voor de sociale waarden die de grondslag vormen van een democratische samenleving. 5. Elk kind wordt benaderd als een individu met unieke, eigen talenten. Meisjes en jongens dienen gelijke kansen te krijgen om hun capaciteiten te ontwikkelen doorheen alle aspecten van het opvoedingsproces. Rolpatronen die een beperking inhouden voor de ontwikkeling van het kind worden bewust afgebouwd. 6. Bijzondere aandacht gaat naar de milieuopvoeding. Zorg en inzet voor al wat leeft is noodzakelijk voor een volwaardige menselijke ontplooiing. De kinderen zullen voortdurend gewezen worden op het belang en de zin van een milieubewust gedrag en de maatschappelijke regels inzake milieu en natuurbehoud. 7. De school geeft aandacht aan gezondheidsopvoeding door het aanleren van een gezonde levenshouding, gebaseerd op zorg en het respect voor het eigen lichaam. Bij activiteiten waar het sociale aspect primeert (schoolfeest, verjaardagen,…), willen we een uitzondering maken. 8. Humane waarden dienen op een eigentijdse wijze geduid en in de opvoeding geïntegreerd te worden:
*trouw en
inzet voor de ander 9. De school zal ruimte geven om de creativiteit van de kinderen te ontwikkelen. Inspiratie en persoonlijke inbreng zijn erg waardevol in het omgaan met mensen en dingen. Creativiteit ontwikkelen is een belangrijk aspect van het groeien naar zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. 10. Er wordt de kinderen een verantwoorde waardering voor techniek bijgebracht. De school zal de kinderen naar hun vermogen vaardig en begrijpend leren omgaan met instrumenten en technieken. Naast de nieuwe waarden en mogelijkheden die de versnelde technische ontwikkeling ons bijbrengt dienen de kinderen eveneens aandacht te hebben voor de relatieve waarden, de beperktheden en de risico's van de techniek. 11. De culturele vorming van de kinderen dient ontwikkeld: aandacht voor literatuur, muziek, beeldende kunsten, toneel, de geschiedenis van ons volk en onze cultuur. 12. De school zal ook de mondiale vorming van de kinderen ter harte nemen. Het respectvol benaderen van andere culturen en volkeren vormt de basis voor wereldvrede. 13. De school is ervan overtuigd dat kinderen op jonge leeftijd in contact brengen met het Frans, er kan voor zorgen dat zij een tweede harde taalschijf ontwikkelen. Dit versterkt hun taalgevoel en maakt meer transfer mogelijk in de 3de graad. We bieden het Frans aan vanaf het 1ste leerjaar en vanuit een betekenisvolle, muzische context. We beogen 4 doelen:
*
Frans is leuk
|
| Terug naar top |
C. Algemene didactische aanpak
|
Om bovenstaande doelstellingen te realiseren zal er vanuit de school in
de eerste plaats beroep worden gedaan op de deskundigheid van het
onderwijzend personeel. Niet alleen de methodisch-technische
vaardigheden zijn hier van belang, ook de houding en het gedrag van de
opvoeders zijn als voorbeeldfunctie essentieel om de
onderwijsdoelstellingen te bereiken. Verder streeft het onderwijzend
personeel naar gelijkgerichtheid. Dit komt tot uiting in een vlotte
verticale doorstroming. Basis hiervoor zijn voldoende formele
overlegmomenten, kritische reflectie op de eigen onderwijspraktijk en de
mogelijkheid om bij elkaar te hospiteren. Het didactisch werken in de school zal voortdurend bevraagd, geactualiseerd en desgevallend herzien worden. Hoewel er van de kinderen grote inspanningen gevraagd worden blijft het didactisch gebeuren in wezen kindvriendelijk. De school aanvaardt dat ieder kind vanuit zijn beleving en ervaring reeds heel wat kent en kan, het onderwijsproces wil aansluiten bij deze verworvenheden en de kinderen voortdurend stimuleren tot zelfwerkzaamheid. Het didactisch aanbod wordt gedifferentieerd en daardoor geoptimaliseerd; er wordt rekening gehouden met de bestaande verschillen in leervermogen en geaardheid van elk kind. De school zal zich bijzonder inspannen om het leren actief te maken door te vertrekken vanuit de leefwereld van de kinderen, doelgericht te werken, zin te geven aan doelen en de doelen te linken in tijd en ruimte. Verder probeert de school het leren nog aantrekkelijk te maken door aangepast didactisch materiaal te gebruiken en door het organiseren van ondermeer uitstappen, culturele activiteiten, uitwisselingen met andere scholen en klas- en vakdoorbrekende projecten. Elk jaar gaan de leerlingen van 4 (zee), 5 (bos) en 6 (Maas) op openluchtklassen. Elke openluchtklas duurt 5 dagen. Er wordt door de leerkrachten een brochure gemaakt met te verwerven inhouden voor de lln. Deze brochure wordt elk jaar geëvalueerd en indien nodig aangepast. De inhouden streven doelen na uit het leerplan. De richtprijs voor de drie openluchtklassen samen is max. €360 Er kan gespaard worden voor deze uitstappen. Kinderen die niet mee gaan, worden door de thuisblijvende klassen op school opgevangen, conform aan de richtlijnen hiervoor opgesteld door de minister.
|
| Terug naar top | ||
|
|
||
| Gemeentelijke Lagere School
Bergenstraat 2 - 2110 Wijnegem |
Tel.:(03) 353 16 89 Fax: (03) 354 24 41 |
E-mail:
Directie http://www.gemeenteschool-wijnegem.be |