|
Gelijke onderwijskansen in onze
school
Gelijke
onderwijskansen, je hebt er zeker al van gehoord.
Hierbij een kort overzicht van de 2 peilers waar we gedurende de jaren
2008-2009-2010 zullen werken :
Taalvaardigheid
en omgaan met diversiteit.
Taalvaardigheid
We werken
aan taalvaardigheid rond zes doelen.
Per doel zetten we acties op touw.
Hoofddoel 1: het aantal
leerlingen met een voldoende taalvaardigheid (schrijven)
vermeerderen en een Interactieve aanpak hanteren om leerlingen hun
taalvaardigheid (schrijven ) te laten opbouwen (lkr)
Dit
doel willen we bereiken door de
leerkrachten een aanbod ‘nieuwe’ en ‘andere’ schrijfopdrachten te
geven. Ze krijgen zo de aanzet om op termijn zelf tot een
strategische schrijfaanpak te komen.
Actie:
We volgen samen twee studiedagen van OVSG: Wie schrijft die blijft. Module 1 en 2
Hoofddoel 2: Het aantal
leerlingen met een voldoende taalvaardigheid vermeerderen
We willen dit bereiken door meer
en andere schrijfopdrachten te geven aan leerlingen zodat ze meer
schrijfkansen krijgen en waarbij we ook proberen hun schrijfplezier
te verhogen. (Op termijn hopen we dat dit zal resulteren in ‘beter’
schrijven.)
Actie:
Meer en andere schrijfopdrachten geven. Een strategische
schrijfaanpak hanteren.
Motivering:
We merken dat de kinderen van nu minder (moeten) schrijven (boeken
zijn voorgedrukt, enkel nog invullen). We merken dat ze niet zo goed
schrijven en te weinig schrijfkansen krijgen. We willen met een
meer strategische aanpak, meer en /of andere opdrachten én meer
schrijfkansen hen taalvaardiger maken wat schrijven betreft.
Hoofddoel 3: Instrumenten hanteren
(ontwikkelen) om het taalvaardigheidniveau van de leerlingen te
bepalen.
We ontwikkelen
een evaluatiesysteem om het schrijven op een zo goed mogelijke
manier te evalueren. We gebruiken dit
evaluatiesysteem om de vorderingen van de leerlingen in kaart te
kunnen brengen en ons schrijfonderwijs te kunnen bijsturen waar
nodig.
actie:Evaluatiesysteem maken voor alle
leerjaren en in gebruik nemen
motivering:
Het evalueren van
schrijfopdrachten wordt door het team als moeilijk ervaren. Men had
het gevoel dat iedereen maar deed dat wat hij of zij het beste vond.
Het team wil hier graag een duidelijke lijn in en afspraken.
Hoofddoel
4: Actief ondersteunen van de schoolleiding en samenwerken met
externen (OVSG). We formuleren een duidelijke
visie; een taalbeleid voor alle onderdelen van taalvaardigheid.
actie:
Uitschrijven van deze visie in een document dat lkr kan ondersteunen
in de praktijk.
motivering:
Vanuit de gokanalyse bleek dat taalvaardigheid meer aandacht nodig
heeft. Het uitstippelen van een beleid op dit vlak is een stap die
we niet kunnen/willen overslaan.
Hoofddoel
5:
De verticale samenhang
ontwikkelen voor spreekbeurten.
actie:
Een leerlijn ontwikkelen voor
spreekoefeningen en spreekbeurten. Bij de ontwikkeling kiezen we
ervoor beroep te doen op de know how van leerkrachten, artikels en
materiaal dat op school reeds beschikbaar is.
motivering:
Een leerlijn voor spreekbeurten
was een duidelijke vraag vanuit het team. Het gaat dan niet alleen
over het spreken zelf maar ook over het gericht luisteren naar een
spreekbeurt (ook door leerlingen) en het maken van een spreekbeurt.
Hoofddoel 6:
de ontwikkeling en/of leerwinst, voor lezen, bij leerlingen
verhogen. Het tutorlezen zoals in 2 en 5,
doortrekken naar 3 en 6
actie: Leerkrachten van 3 en 6 scholen
zich bij om tutorlezen ook met hun leerlingen te kunnen opstarten.
motivering: Het tutorlezen in 2 en 5 is een
groot succes.
Leerlingen van 5 krijgen
strategieën aangeboden en worden op hun niveau voorbereid.
Oefenen op hun niveau het begrijpend lezen. Het feit dat je een
tekst goed begrijpt.
Het is een manier om interactie en samenwerking te stimuleren. Het
is een werkvorm die meer uit de leerlingen haalt. Door de één-één
relatie is de effectieve leertijd groter dan bij andere werkvormen
in het klassikale onderwijs noodgedwongen minder aan bod komt.
Onmiddellijke feedback, foute worden onmiddellijk verbeterd.
Verhoogde betrokkenheid. Het is
voor velen een extra leeskans.
De begeleiders krijgen een waaier aan sociale vaardigheden
aangereikt.
Het uitleggen vereist reflectie op de leerinhouden
Diversiteit
We werken
aan diversiteit rond vijf doelen.
Hoofddoel
1: vooroordelen en veralgemeningen waar mogelijk en wenselijk
vermijden;
zich bewust zijn van elke vorm
van discriminatie.
actie: We zetten specifieke
interactieve acties (projecten) op rond vooroordelen en
veralgemeningen met als doel dat leerlingen zien wanneer en hoe er
gediscrimineerd wordt.
motivering:
Kinderen gaan snel en gemakkelijk over tot vooroordelen en
veralgemeningen.
Hoofddoel 2:
Diversiteit zien als een normaal fenomeen waar iedereen dagelijks in
verschillende situaties mee te maken krijgt.
Leerlingen ervaren dat iedereen kan gelijken en/of verschillen en
dat dat geen waardeoordeel inhoudt.
actie:
Elke leerkracht doet kleine
acties. Bijvoorbeeld: bij het invullen van het register zegt elke
leerling niet gewoon ja maar wat zijn hobby is, lievelingsvak,
leukste spel, … De boodschap hierbij is: je mag verschillen, dit
houdt geen waardeoordeel in.
motivering:
Uit de GOK-analyse bleek dat er
meer aandacht aan diversiteit moest gegeven worden. Het zien van
verschillen en gelijkenissen zonder er een waardeoordeel aan te
koppelen is daarin zeker een belangrijke eerste stap.
Hoofddoel
3: Diversiteit zien als een normaal
fenomeen waar iedereen dagelijks in verschillende situaties mee te
maken krijgt (lln). Elke leerling, leerkracht,…krijgt zijn eigen
plekje om aan anderen te tonen waar hij/zij goed in is.
actie: We maken een wall of Fame of een
pauwengang (de concrete uitwerking moet nog beslist worden) waar
voor elk kind een plekje voorzien wordt om aan de anderen te tonen
waar hij/zijn goed in is. Dit kunnen schoolse en niet-schoolse
dingen zijn.
motivering: Elke kind heeft nood aan
succesmomenten. Door alles samen te brengen van de hele school,
hopen we kinderen te stimuleren om nog meer contact te zoeken met
kinderen van andere klassen. We hopen op die manier hun blik op
elkaar te verruimen.
Hoofddoel
4:
Diversiteit op een positieve
manier aanwenden: we staan open voor diversiteit. We scheppen een
veilig en stimulerend klimaat voor kinderen om zichzelf te zijn. We
gaan uit van wat diversiteit voor kinderen zelf betekent in een
gegeven context. Leerlingen werken een onderwerp/project uit waarbij
ze het onderwerp zelf mogen kiezen.
Subdoel op leerkrachtenniveau:
Leerkrachten ondersteunen in de begeleiding van het individueel
projectwerk.
actie:
leerkrachten en leerlingen ondersteunen in het individueel (kan ook
in kleine groepjes zijn) en projectmatig werken
motivering: Het kindgericht werken is een
belangrijk onderdeel in WO.
Hoofddoel
5:
Diversiteit op een positieve
manier aanwenden. We staan open voor diversiteit. We scheppen een
veilig en stimulerend klimaat voor kinderen om zichzelf te zijn. We
gaan uit van wat diversiteit voor kinderen zelf betekent in een
gegeven context. Leerkrachten brainstormen en stellen een lijst
samen van activiteiten waarbij de diversiteit (van thuis uit)
aangewend wordt op een positieve manier.
actie:
Moment organiseren om te
brainstormen. De acties oplijsten en uitvoeren.
motivering:
Leerkrachten willen diversiteit graag op een positieve manier
aanwenden. Omdat we ervan overtuigd zijn dat er al heel wat gebeurt
en dat er al heel wat ideeën zijn, willen we ze graag oplijsten om
ze met elkaar te kunnen delen.
|